Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
Samenvatting
.Eiser krijgt dan ook geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“Geschrokken. Niet fijn voor thuis, voor mijn vrouw en kinderen. Ik weet hoe het werkt, maar mijn vrouw niet”.Weliswaar heeft hij daar verklaard dat op het adres [adres 2] zijn vriendin en zijn kinderen wonen en dat hij aan de [adres 1] woont, maar ook:
“Ik woon al vijftien jaar aan de [adres 1]. We hebben dit huis aan de [adres 2] pas negen maanden. Ik heb me nog niet ingeschreven omdat mijn neefje bij mij in woont. Hij moet eerst twee jaar bij mij ingeschreven staan alvorens hij een medecontract kan krijgen. Ik weet dat dat niet mag”.Op de vraag met wie hij zijn twee kinderen heeft, antwoordt eiser:
“Met mijn partner [de partner] . Wij hebben ongeveer 24 jaar een relatie.”.
“thuis”en
“We[onderstreping rechtbank]
hebben dit huis negen maanden”.