ECLI:NL:RBZWB:2025:2305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens opschorting besluit college
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland van 9 januari 2025. Dit verzoek is vervolgens ingetrokken omdat het college heeft toegezegd de werking van het besluit voorlopig op te schorten totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het college de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het college gaf aan dat zij de proceskosten ruimschoots compenseert door het besluit voorlopig niet te handhaven, waardoor verzoeker financieel voordeel geniet.
De voorzieningenrechter overweegt dat indien een bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan de indiener van een verzoek om voorlopige voorziening, de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener het bestuursorgaan kan veroordelen tot betaling van proceskosten. Dit is hier het geval omdat het college de tenuitvoerlegging van het besluit heeft opgeschort.
De proceskosten worden vastgesteld op €907,-, gebaseerd op één proceshandeling van de gemachtigde van verzoeker. De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van dit bedrag en bepaalt dat het griffierecht aan verzoeker wordt terugbetaald.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is bindend, waarbij hoger beroep of verzet niet mogelijk is.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €907,- proceskosten aan verzoeker wegens opschorting van het besluit.