ECLI:NL:RBZWB:2025:2319
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning verhuurd aan studenten wegens onvoldoende onderbouwing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die op 1 januari 2022 werd vastgesteld op €375.000. De woning wordt gebruikt voor de verhuur van kamers aan studenten. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, onderbouwd met een taxatiematrix op basis van referentiewoningen.
De rechtbank beoordeelde de objectafbakening en stelde vast dat de woning als één object terecht was aangemerkt. De taxatiematrix van de heffingsambtenaar werd echter verworpen omdat een door belanghebbende aangedragen referentieobject, dat vergelijkbaar is en door de heffingsambtenaar zelf eerder was genoemd, niet was meegenomen. De stelling dat de verkoopprijs van dat object onbetrouwbaar zou zijn, werd als tardief beoordeeld.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €300.000 niet aannemelijk maken, mede omdat hij geen waarde-indexering toepaste en gebreken reeds in de koopsom verdisconteerd waren. De rechtbank stelde daarom schattenderwijs de waarde vast op €322.000 en bepaalde dat de aanslag dienovereenkomstig wordt verminderd. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €322.000 en de aanslag dienovereenkomstig aangepast.