ECLI:NL:RBZWB:2025:2335

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
BRE 23/12424
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting

Belanghebbende, een Duitse GmbH, had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Goes inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Dit beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag heeft vernietigd omdat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de auto verhuurd was ten tijde van het belastbare feit.

Belanghebbende verzocht vervolgens om veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. De rechtbank beoordeelde dit verzoek zonder zitting en concludeerde dat hoewel de heffingsambtenaar aan het beroep was tegemoetgekomen, belanghebbende geen vergoeding van proceskosten kon krijgen omdat zij zich niet had laten bijstaan door een professioneel gemachtigde en geen kosten had ingevuld op het proceskostenformulier.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af, maar wees erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van €365,- te vergoeden. Belanghebbende dient zich hiervoor rechtstreeks tot de heffingsambtenaar te wenden.

De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers op 18 april 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar de heffingsambtenaar moet het griffierecht van €365,- vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/12424

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] GmbH, uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Goes, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van het beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 20 november 2023. Het beroep is ingetrokken omdat de heffingsambtenaar op 31 januari 2024 de naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] heeft vernietigd.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.
4.1.
Met dagtekening 19 december 2023 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft op 31 januari 2024 de naheffingsaanslag vernietigd, omdat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de auto verhuurd was op het moment van het belastbare feit. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. Belanghebbende heeft bij de intrekking van haar beroepschrift verzocht om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft een proceskostenformulier ingediend, maar heeft op dit formulier geen proceskosten ingevuld of aangekruist waarvan zij een vergoeding wenst. Voor zover belanghebbende bedoeld heeft een vergoeding te vragen voor het indienen van het beroepschrift, stelt de rechtbank vast dat het Besluit proceskosten bestuursrecht daarvoor geen ruimte biedt. Deze vergoeding is namelijk alleen bedoeld voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Belanghebbende heeft zich niet laten bijstaan door een professioneel gemachtigde. Dat betekent dat er geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten zijn. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt daarom afgewezen.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 365,- te vergoeden. [3] Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 18 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.