ECLI:NL:RBZWB:2025:2559
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking verzoek voorlopige voorziening na opschorting besluit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken nadat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal de werking van het besluit van 17 februari 2025 had opgeschort tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek van verzoeker om het college te veroordelen in de proceskosten beoordeeld. Volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan in de proceskosten worden veroordeeld indien het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het verzoek om voorlopige voorziening, zoals hier door het opschorten van het besluit.
Het college heeft bevestigd dat zij de begunstigingstermijn ook zonder tussenkomst van de rechtbank zou hebben verlengd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college inderdaad aan het verzoek tegemoet is gekomen en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarom is het verzoek om proceskostenveroordeling toegewezen en is het college veroordeeld tot betaling van €907,-, de waarde van één proceshandeling. Tevens wordt het griffierecht aan verzoeker terugbetaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is bindend, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten na opschorting van het bestuursbesluit en intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.