ECLI:NL:RBZWB:2025:2560
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit bestuursorgaan
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal op haar verzoek van 29 april 2024. Dit beroep werd op 23 augustus 2024 ingediend. Vervolgens nam het college op 6 september 2024 alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college stemde in met een forfaitaire proceskostenvergoeding en vergoeding van het griffierecht. De rechtbank oordeelt dat het college aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen binnen de procedure.
Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van € 453,50, waarbij een factor 0,5 is toegepast omdat de procedure zich beperkte tot de overschrijding van de beslistermijn. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 25 april 2025.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.