ECLI:NL:RBZWB:2025:2562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling bij ingetrokken beroep Woo-verzoek
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek van 20 juli 2024, maar dit beroep ingetrokken nadat het college op 24 juli en 20 september 2024 (deel)besluiten had genomen. Verzoeker verzocht vervolgens om het college te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift voldeed aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet tijdig was ingediend, omdat op het moment van het indienen van het beroepschrift op 26 september 2024 al besluiten waren genomen en verzoeker geen ingebrekestelling had overgelegd. Hierdoor voldeed het beroepschrift niet aan de vereisten en zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken.
De rechtbank concludeerde dat het college niet (meer) aan het beroep was tegemoetgekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroepschrift niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:12 Awb.