ECLI:NL:RBZWB:2025:2565
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling rentepercentage studieschuld ondanks studievertraging door corona en ADD
Eiseres, die in april 2023 is afgestudeerd en een studieschuld van €45.229,28 heeft opgebouwd, maakte bezwaar tegen het door DUO vastgestelde rentepercentage van 2,56% voor haar studieschuld. Zij stelde dat haar studievertraging het gevolg was van de coronapandemie en haar ADD-diagnose, waardoor zij financieel niet eerder kon stoppen met studiefinanciering.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke bepalingen in de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) het rentepercentage voor een periode van vijf jaar vastleggen en dat alleen de hardheidsclausule in artikel 11.5 Wsf 2000 afwijking toestaat bij onbillijkheid van overwegende aard. De rechtbank acht de situatie van eiseres niet substantieel afwijkend van andere studenten die tijdens de pandemie studeerden.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden, waaronder de ADD-diagnose en studievertraging, concludeert zij dat deze niet zwaarwegend genoeg zijn om een beroep op de hardheidsclausule te rechtvaardigen. Bovendien heeft de wetgever al extra maatregelen getroffen voor studenten met studievertraging door COVID-19, zonder het rentepercentage aan te passen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij het rentepercentage van 2,56%. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde rentepercentage van 2,56% wordt ongegrond verklaard.