Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 6 mei 2025 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een herbeoordeling, waarbij het UWV op 31 oktober 2023 de uitkering heeft geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van 0% per 26 september 2022. Eerder was ook een aanvraag afgewezen en dit was bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank beoordeelt of sprake is van toegenomen beperkingen voortvloeiend uit dezelfde ziekteoorzaak. Uit medische rapporten van verzekeringsartsen blijkt dat de beperkingen, waaronder enkel-, bekken- en SI-klachten, niet zijn toegenomen in die mate dat een WIA-uitkering gerechtvaardigd is. De door eiseres aangevoerde schouderklachten, pijnlijke handen en slijmbeursontstekingen worden niet als verzekerd door de WIA beschouwd en zijn niet causaal verbonden met de eerdere ziekteoorzaak.
De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid, welke door eiseres niet zijn betwist. De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet toegenomen arbeidsongeschikt is en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid.