ECLI:NL:RBZWB:2025:2689
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.I. Term
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen bestuurlijke boetes voor overtredingen van de Alcoholwet in horeca-inrichtingen
Eiser, exploitant van drie horeca-inrichtingen, kreeg bestuurlijke boetes opgelegd door de burgemeester van de gemeente Sluis wegens het niet aanwezig zijn van leidinggevenden in de horeca-inrichtingen, een overtreding van artikel 24, eerste lid, onder a, van de Alcoholwet. Na een waarschuwing in oktober 2023 vond op 2 november 2023 een controle plaats waarbij toezichthouders constateerden dat in geen van de drie horecagelegenheden een leidinggevende aanwezig was. Eiser maakte bezwaar tegen de boetes, deels gegrond verklaard voor een boete over een medewerker jonger dan zestien jaar, maar het overige bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de bekendmaking van de boetes aan eiser correct was, ondanks dat de besluiten alleen naar één vestiging waren verzonden, omdat eiser als exploitant werd aangesproken en tijdig bezwaar en beroep instelde. De rechtbank stelde vast dat de burgemeester voldoende bewijs had geleverd dat de overtreding had plaatsgevonden en dat eiser als exploitant en overtreder kon worden aangemerkt, ook voor de horecagelegenheid geëxploiteerd door een B.V. De rechtbank verwierp het verweer dat het handhavingsbeleid was geschonden, omdat de burgemeester een vaste gedragslijn hanteert waarbij bij een eerste overtreding een waarschuwing wordt gegeven en bij een tweede overtreding een boete.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter T.I. Term op 2 mei 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boetes wegens overtredingen van de Alcoholwet wordt ongegrond verklaard.