ECLI:NL:RBZWB:2025:27
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij aanslagen inkomstenbelasting 2012-2017
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 tot en met 2017. De rechtbank beoordeelt of deze beroepen ontvankelijk zijn.
De beroepschriften zijn ingediend na de wettelijke termijn van zes weken, die begon te lopen na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar van 16 januari 2024. Het beroepschrift werd op 29 februari 2024 gepost, wat na de uiterste datum van 27 februari 2024 is. Belanghebbende gaf aan dat vanwege verblijf in het buitenland en het verzamelen van stukken vertraging was opgetreden, maar de rechtbank acht dit geen verontschuldigbare reden.
De rechtbank stelt vast dat de bestreden besluiten naar het juiste adres zijn verzonden en dat belanghebbende de ontvangst niet betwist. Er is geen sprake van omstandigheden die het te laat indienen rechtvaardigen. Ook het beroep tegen de ambtshalve beslissingen is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en beoordeelt de inhoud van de beroepen niet. Het verzoek om schadevergoeding wordt niet in behandeling genomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers op 6 januari 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.