ECLI:NL:RBZWB:2025:2700
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Triest
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap met behoud achternaam in familierechtelijke procedure
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de man tot gegrondverklaring van de ontkenning van zijn vaderschap over zijn meerderjarige kind, geboren tijdens het huwelijk met de moeder. Hoewel het Surinaamse recht aanvankelijk van toepassing was, waar ontkenning niet meer mogelijk was vanwege verstreken termijnen, werd uiteindelijk Nederlands recht toegepast omdat partijen eensgezind waren over toewijzing en het belang van het kind.
De man had al vóór de geboorte geweten dat hij niet de biologische vader was, en diende het verzoek niet binnen de wettelijke termijn in. De rechtbank oordeelde echter dat het strikt vasthouden aan deze termijn een ongerechtvaardigde inmenging in het privéleven van het kind zou zijn, gelet op redelijkheid en billijkheid en het belang van het kind. De rechtbank achtte de man ontvankelijk en stelde vast dat aan de voorwaarden voor ontkenning was voldaan.
Partijen kwamen overeen dat het rechtsgevolg van achternaamswijziging op grond van artikel 1:5 BW Pro aan de toewijzing wordt onthouden, zodat het kind de achternaam van de man behoudt. De rechtbank vond dit in het belang van het kind en in overeenstemming met haar recht op identiteit en privéleven. De rechtbank wees het verzoek toe en droeg zorg voor de inschrijving van de beschikking bij de burgerlijke stand.
Uitkomst: Verzoek tot ontkenning vaderschap toegewezen met behoud van de achternaam van de man.