Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Ik verzoek u antwoord te geven op de volgende vragen:
Ik stel vast dat ik u meerdere keren heb gevraagd naar de herkomst van gelden, en dat u deze vraag heeft beantwoord door te stellen dat u deze gelden heeft geleend, alsmede dat u ten bewijze hiervan leningsovereenkomsten heeft overgelegd. Nu blijkt dat deze leningsovereenkomsten zijn vervalst, dient te worden geconcludeerd dat u mijn vragen bewust niet naar waarheid heeft beantwoord en dat u derhalve niet aan uw informatieverplichting van artikel 47 AWR Pro heeft voldaan.”
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 1.150;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 225;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 107,07 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 107,06 aan proceskosten aan belanghebbende.