ECLI:NL:RBZWB:2025:2836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, met betrekking tot twee Suzuki Vitara voertuigen. De kern van het geschil betrof de juiste afschrijvingsmethode en de waardevermindering wegens schade en huurverleden. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade, waardoor de koerslijstmethode van toepassing is.
De rechtbank stelt de handelsinkoopwaarde van de voertuigen vast op basis van de koerslijsten zoals door de inspecteur gehanteerd, en verklaart de naheffingsaanslag terecht en juist opgelegd. Tevens is het verzoek tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd. De termijn van behandeling van het bezwaar is met 21 maanden overschreden, waardoor een vergoeding van € 2.000 wordt toegekend, verdeeld tussen de inspecteur en de Staat.
Daarnaast worden proceskosten en griffierechten vergoed aan belanghebbende. De rechtbank wijst het beroep af, maar kent de immateriële schadevergoeding en kostenvergoedingen toe. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 12 mei 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslag BPM worden ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.