ECLI:NL:RBZWB:2025:2838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens waardevermindering en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een naheffingsaanslag BPM voor een Suzuki Jimny met een betwisting over de waardering van de auto en de gehanteerde taxatiemethode. De inspecteur stelde een hogere naheffingsaanslag vast dan belanghebbende wenste. Na een ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen, deed de inspecteur alsnog uitspraak op bezwaar, maar handhaafde de aanslag.
De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling onredelijk laat was ingediend. Wel oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag te hoog was vastgesteld, onder meer omdat de waardevermindering wegens schade op het moment van aangifte hoger moest worden ingeschat (85% in plaats van minder). De historische nieuwprijs werd vastgesteld op € 39.713 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 15.500.
De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 6.845. Daarnaast werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van afhandeling van het bezwaar. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 6.845 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 2.000.