ECLI:NL:RBZWB:2025:2989
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen besluit staatssecretaris
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn bezwaarschrift van 28 oktober 2024. Dit beroep werd ingetrokken nadat de staatssecretaris op 2 april 2025 alsnog een besluit nam, waarmee de staatssecretaris tegemoetkwam aan het beroep.
Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De rechtbank overwoog dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen, er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Dit omdat verzoeker niet werd bijgestaan door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener en er geen proceskosten waren die in aanmerking kwamen voor vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af als kennelijk ongegrond. Wel wees zij erop dat de staatssecretaris verplicht is het betaalde griffierecht van €187,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot de staatssecretaris moet wenden.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het griffierecht moet worden vergoed door de staatssecretaris.