ECLI:NL:RBZWB:2025:2991

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
25/2058
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling minister na intrekking beroep Woo

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de minister op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Nadat de minister alsnog op 25 november 2024 op het Woo-verzoek had beslist, trok verzoeker zijn beroep in.

Verzoeker vroeg vervolgens om een proceskostenveroordeling van de minister. De rechtbank beoordeelde dit verzoek zonder zitting en oordeelde dat hoewel de minister aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen, er geen aanleiding was tot proceskostenveroordeling.

De reden hiervoor was dat het beroepschrift niet was ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en dat er geen proceskosten waren gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tevens hoefde verzoeker geen griffierecht te betalen vanwege samenhang met een andere zaak.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook als kennelijk ongegrond af en deed dit op 19 mei 2025.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2058

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats] , verzoeker
en

de minister van Justitie en Veiligheid, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het uitblijven van een besluit van de minister op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 30 augustus 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 25 november 2024 alsnog op zijn Woo-verzoek heeft besloten.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 18 oktober 204, ingekomen 21 oktober 2024, heeft verzoeker beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek. De minister heeft op 25 november 2024 alsnog een besluit genomen. Hiermee is de minister tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Moet de minister de proceskosten van verzoeker vergoeden?
5. De minister is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat eiser in dit beroep geen griffierecht heeft hoeven te betalen vanwege de samenhang van dit beroep met het beroep met zaaknummer 24/7283 Dat maakt dat er geen aanleiding is tot het vergoeden van het griffierecht in deze zaak.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 19 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).