ECLI:NL:RBZWB:2025:2993

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
19 mei 2025
Zaaknummer
24/7283
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Woo

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Nadat het college alsnog op 25 november 2024 op het Woo-verzoek heeft besloten, heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken.

Verzoeker verzocht om een proceskostenveroordeling van het college. De rechtbank beoordeelt dat hoewel het college tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen, er geen aanleiding is tot proceskostenveroordeling omdat verzoeker geen beroepsmatige rechtsbijstand had en er geen proceskosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar benadrukt dat het college verplicht is het betaalde griffierecht van €187,- aan verzoeker te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot het college te wenden.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 19 mei 2025 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar het college moet het griffierecht vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7283

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats] , verzoeker
en

het college van procureurs-generaal, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het uitblijven van een besluit van het college op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) van 30 augustus 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken, omdat het college op 25 november 2024 alsnog op zijn Woo-verzoek heeft besloten.
1.1.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 18 oktober 2024, ingekomen op 21 oktober 2024, heeft verzoeker beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek. Het college heeft op 25 november 2024 alsnog een besluit genomen. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Moet het college de proceskosten van verzoeker vergoeden?
5. Het college is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 19 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.