Belanghebbende B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking en de gelijktijdig opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting voor een object in [plaats]. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. De rechtbank bevestigt dit oordeel omdat het bezwaar pas op 1 april 2022 werd ontvangen, terwijl de bezwaartermijn op 11 augustus 2021 was verstreken.
De rechtbank stelt vast dat het aanslagbiljet op 30 juni 2021 is gedateerd en dat belanghebbende het aanslagbedrag op 3 september 2021 heeft voldaan, wat impliceert dat het aanslagbiljet tijdig is ontvangen. Belanghebbende heeft geen verontschuldigbare omstandigheden aangevoerd voor de termijnoverschrijding.
Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Tevens wordt het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, mede omdat het bezwaar te laat is ingediend en de vergoeding niet aan belanghebbende zelf toekomt.