ECLI:NL:RBZWB:2025:314
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De rechtbank beoordeelt het beroep op ontvankelijkheid en constateert dat het beroepschrift te laat is ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken na de dagtekening of verzending van de uitspraak op bezwaar.
De uitspraak op bezwaar is gedateerd op 12 januari 2024, waardoor de beroepstermijn eindigde op 23 februari 2024. Het beroepschrift van belanghebbende is pas op 4 april 2024 digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Belanghebbende heeft verzocht om verschoonbaarheid vanwege communicatieproblemen met de overheid, onduidelijke e-mails en eerdere gegrond verklaarde bezwaren tegen andere boetes.
De rechtbank oordeelt dat deze redenen onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Belanghebbende is zelf verantwoordelijk voor het controleren van e-mail, inclusief spam, en heeft bewust gekozen voor digitale procedure. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en handhaaft het bestreden besluit zonder inhoudelijke beoordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.