Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 14 juni 2024 waarin haar recht op een Wajong-uitkering werd afgewezen. Omdat het UWV niet tijdig op het bezwaar van 8 juli 2024 heeft beslist, stelde eiseres het UWV op 6 januari 2025 in gebreke. Nadat ook na deze ingebrekestelling geen besluit volgde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Het UWV gaf aan dat de overschrijding het gevolg was van beperkte capaciteit aan verzekeringsartsen en een hoge werkvoorraad. Er was een hoorzitting gepland op 23 mei 2025, waarna het onderzoek afgerond kan worden.
De rechtbank legt het UWV een termijn van twee maanden na verzending van het vonnis op om alsnog een besluit te nemen, aangezien dit redelijk is gezien de omstandigheden en het belang van een zorgvuldige heroverweging. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €53 en proceskosten van €453,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.