Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op het Van Coothplein te Breda op 25 februari 2023. Betrokkene stelde dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de toegepaste feitcode R550B niet langer bestond, waardoor de boete niet in stand kon blijven. De officier van justitie handhaafde de boete maar erkende dat de feitcode moest worden gewijzigd naar R550A.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisanten voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De wijziging van de feitcode naar R550A was terecht omdat de oorspronkelijke feitcode niet meer bestond sinds 2023. Deze wijziging schaadt de belangen van betrokkene niet omdat het feitencomplex gelijk blijft.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd van €110,- naar €82,50. Ook werd een proceskostenvergoeding van €907,- toegekend, beperkt tot de kantonrechterfase omdat de beroepsgrond voor wijziging van de feitcode pas in die fase werd aangevoerd.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met wijziging feitcode, matiging boete en toekenning proceskostenvergoeding.