Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- [slachtoffer] is op 24 maart 2023 in de avond op de [woning] in [plaats 1] overleden aan de gevolgen van zes steekletsels aan de hals en de borst.
- Zowel verdachte als [medeverdachte] zijn die avond op de [woning] in [plaats 1] aanwezig geweest. [medeverdachte] is samen met haar vader in zijn Volkswagen Golf naar de [straat van de woning] gereden. Zij zijn daar om 21:21:29 uur aangekomen en verdachte is daar met zijn Citroën C1 om 21:24:01 uur aangekomen. Om 21:27:43 uur arriveerde [getuige 1] bij de [woning] . Hij zag daar een man op de grond liggen die niet meer bewoog en hij zag dat diens hele gezicht kapot was.
- Verdachte heeft later – rond 06:00 uur in de ochtend – kleding en schoenen die hij die avond aan had, weggegooid in een vuilcontainer vlakbij zijn huis. Op deze kleding en op één schoen is bloed van [slachtoffer] aangetroffen. Ook is er bloed van [slachtoffer] aangetroffen in de auto van verdachte, namelijk op de bodemmat van de kofferbak en de greep van de kofferbak.
- Verdachte is rond 14:30 uur in de omgeving van, en op de [straat van de woning] in [plaats 1] geweest. Verdachte was op dat moment telefonisch in gesprek met [medeverdachte] . Zij hebben die dag in totaal bijna 4 uur telefonisch met elkaar gesproken.
- Verdachte heeft een wasmachinemotor gekocht. Deze is later aangetroffen in de kofferbak van de Volkswagen Golf van [slachtoffer] .
- Verdachte heeft om 19:07 uur naar [slachtoffer] gebeld en met hem een afspraak gemaakt om aan hem later op de avond, op de [woning] in [plaats 1] , oud ijzer te verkopen.
- Deze afspraak maakte verdachte onder de naam [naam] en met een nieuw gekochte telefoon (Nokia) en een nieuw telefoonnummer. Verdachte heeft dit telefoonnummer die middag om 17:37 uur voor het eerst geactiveerd.
- Verdachte en [medeverdachte] hebben op 21 februari 2023 een gesprek gehad op Snapchat waarin (onder meer) werd gesproken over het doodsteken/doden van [slachtoffer] .
- Verdachte heeft op 21 maart 2023 een mes gekocht. Verdachte heeft dit mes online besteld onder de naam [naam] . Het mes is op 22 maart 2023 bij verdachte thuis bezorgd. De samenstelling van het staal en de coating van dit mes komen overeen met die van het mes waarmee [slachtoffer] is doodgestoken.
Het Team Forensische Opsporing heeft op 24 maart 2023 foto’s gemaakt van de plaats delict en van de auto van [slachtoffer] . Op een van deze foto’s is de inhoud van de kofferbak te zien. Geheel rechts in de kofferbak is de (enige) wasmachinemotor te zien. Uit de foto’s in het dossier, onder andere foto 3, blijkt dat [slachtoffer] recht voor de achterkant van zijn auto op de grond lag. Hij was 1.88 meter lang, woog 102 kg en lag over de gehele breedte van de auto, met zijn voeten ter hoogte van het linker achterwiel, en de borst ter hoogte van het rechter achterwiel. Ook blijkt hieruit dat er tussen [slachtoffer] en de achterkant van de auto weinig ruimte was. Dit is specifiek op de foto’s 5 tot en met 7 in het Forensisch Dossier zichtbaar.
koolmonoxide, koolmonoxidevergiftiging en welke apparaten geven koolmonoxide af. Naar het oordeel van de rechtbank passen deze zoekopdrachten bij de Snapchatberichten van de dag daarvoor waarin wordt gesproken over de mogelijkheden om zich te ontdoen van [slachtoffer] zonder dat iemand daarvoor de gevangenis in moet. Het bewerkstelligen van een koolmonoxidevergiftiging kan immers een manier zijn om iemand te doden zonder sporen achter te laten. Dat verdachte bezig was met het risico en de gevolgen van het achterlaten van sporen, blijkt ook uit het feit dat verdachte, weer een dag later, op 23 februari 2023, zoekt op de termen
DNA verdachteen
DNA vrijspraak. Het is ook logisch dat verdachte alert is op deze risico’s en gevolgen gelet op de verklaring van verdachte tijdens de zitting dat hij, toen hij een jaar of 20 was, bij de politie DNA heeft moeten staan.
- Lieve papa, ik wou de je bij me was;
- Je vader is er niet meer;
- Ik mis mijn vader;
- Mijn laatste dag bij pap;
- Lieve papa, ik zal je nooit vergeten.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partijen
nietvalt het verdriet en de rouw om het verlies van hun echtgenoot en vader; alleen de PTSS die is ontstaan als gevolg van de confrontatie wordt aangemerkt als shockschade en komt voor vergoeding in aanmerking. Mede gelet op bedragen die in (min of meer) vergelijkbare gevallen door Nederlandse rechters zijn toegekend, stelt de rechtbank deze naar billijkheid vast op een bedrag van € 20.000,00 per persoon. Zij zal [benadeelde 2] en [benadeelde 3] in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van 20 jaar;
€ 17.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 24 maart 2023 tot aan de dag van volledige voldoening;
122 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 40.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 24 maart 2023 tot aan de dag van volledige voldoening;
235 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 37.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 24 maart 2023 tot aan de dag van volledige voldoening;
222 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
€ 10.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 24 maart 2023 tot aan de dag van volledige voldoening;
85 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
door meermalen, althans eenmaal
- met kracht met een breekijzer en/of hamer, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd te slaan en/of
- met een steekwapen in de hals en/of de borst, althans in het lichaam, te steken;
(art. 289 Wetboek Pro van Strafrecht, art. 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)