Eiser, werkzaam als productiemedewerker, viel uit op 11 maart 2022 vanwege diverse gezondheidsklachten en ontving sindsdien een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 31 juli 2023, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser betwistte dit en stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank stelde vast dat het primaire medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, maar dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de psychische klachten, het loopvermogen en de urenbeperking niet tot beperkingen leidden. De gebruikte fietstest was verouderd en de nekklachten speelden naar het oordeel van de rechtbank niet op de datum in geding.
De rechtbank gaf het UWV op grond van artikel 8:51a Awb de gelegenheid om binnen zes weken het besluit te herstellen door nadere motivering of een nieuwe beslissing. Eiser krijgt vervolgens vier weken om te reageren. De procedure wordt voortgezet met de reeds besproken beroepsgronden en verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.