Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en kreeg een kostenvergoeding toegekend voor het indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank oordeelt dat ook voor het bijwonen van de hoorzitting een vergoeding moet worden toegekend, mede vanwege samenhang tussen meerdere identieke bezwaar- en beroepszaken.
De rechtbank stelt vast dat de drie zaken inhoudelijk identiek zijn en gelijktijdig behandeld werden, waardoor samenhang geldt voor de gehele procesgang. Dit leidt tot een aanvullende kostenvergoeding voor de bezwaarfase van € 107,84, naast de reeds toegekende vergoeding. Tevens wordt het griffierecht van € 50 vergoed.
Voor de beroepsfase kent de rechtbank een proceskostenvergoeding toe van € 151,17, gebaseerd op een lichte zaak met een wegingsfactor van 0,5. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd voor zover het de kostenvergoeding betreft.