Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van 6 november 2023 betreffende een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank constateert dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag inmiddels heeft vernietigd, waardoor de inhoudelijke gronden van het beroep niet meer hoeven te worden behandeld.
De rechtbank gaat zelf over tot vernietiging van de naheffingsaanslag vanwege het ontbreken van het bericht van vernietiging in het dossier. Dit leidt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Daarnaast wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 1.554,-, gebaseerd op de ingediende bezwaarschrift en beroepschrift, elk gewaardeerd volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank hanteert een wegingsfactor 1 vanwege het gemiddelde gewicht van de zaak. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.