ECLI:NL:RBZWB:2025:3522
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende diende een beroepschrift in tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2015. Dit beroepschrift werd echter pas in april 2023 ontvangen, ruim drie jaar na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak op bezwaar van februari 2020.
De rechtbank beoordeelde dat de termijn voor het indienen van het beroep was verstreken op 27 maart 2020 en dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Belanghebbende voerde diverse omstandigheden aan, zoals schuldenproblematiek, overbelasting en vermeende tegenwerking door de Belastingdienst, maar deze werden niet als verontschuldigbare redenen erkend.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet aan belanghebbende kon worden toegerekend en dat er geen geringe verwijtbaarheid was. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en kon de rechtbank niet inhoudelijk op de zaak ingaan.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het beroep zich uitsluitend richtte op de specifieke naheffingsaanslag en dat andere aanslagen of aangiften niet in deze procedure beoordeeld konden worden. Belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid om tegen andere aanslagen afzonderlijk bezwaar of beroep in te stellen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 juni 2025 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verontschuldigbare termijnoverschrijding.