ECLI:NL:RBZWB:2025:3538
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Woo-verzoek
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek. Na intrekking van het beroep omdat de staatssecretaris alsnog op 12 maart 2025 besloot, verzocht verzoeker om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De rechtbank beoordeelde of de staatssecretaris geheel of gedeeltelijk aan het beroep was tegemoetgekomen en concludeerde dat dit het geval was. Echter, omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende en er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen, wees de rechtbank het verzoek af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank benadrukte dat de staatssecretaris wel verplicht is het betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden en dat verzoeker zich daarvoor tot de staatssecretaris moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert en griffier drs. A. Lemaire op 6 juni 2025, zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen; griffierecht dient door staatssecretaris te worden vergoed.