ECLI:NL:RBZWB:2025:3543
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Woo
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn Woo-verzoek. Nadat de staatssecretaris op 12 maart 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De rechtbank beoordeelde dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Dit omdat verzoeker niet werd bijgestaan door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener en er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wees het verzoek dan ook als kennelijk ongegrond af, maar benadrukte dat de staatssecretaris wel verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden. Verzoeker dient zich hiervoor rechtstreeks tot de staatssecretaris te wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 6 juni 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen, maar griffierecht moet worden vergoed.