ECLI:NL:RBZWB:2025:3546
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Woo
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn Woo-verzoek. Na intrekking van het beroep, omdat de staatssecretaris alsnog op 12 maart 2025 een besluit nam, verzocht verzoeker om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De rechtbank overweegt dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet is gekomen, er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen proceskosten zijn die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af als kennelijk ongegrond, maar benadrukt dat de staatssecretaris verplicht is het betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor rechtstreeks tot de staatssecretaris te wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 6 juni 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, griffierecht moet door staatssecretaris worden vergoed.