ECLI:NL:RBZWB:2025:3550
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep op Woo-besluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn Woo-verzoek. Nadat de staatssecretaris op 12 maart 2025 alsnog een besluit nam, trok verzoeker zijn beroep in. Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De rechtbank beoordeelde dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Dit omdat verzoeker niet beroepsmatig rechtsbijstand verleende en er geen proceskosten waren die voor vergoeding in aanmerking kwamen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling dan ook als kennelijk ongegrond af. Wel wees de rechtbank erop dat de staatssecretaris verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €194,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot de staatssecretaris moet wenden.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar de griffierechtvergoeding moet door de staatssecretaris worden voldaan.