Belanghebbende parkeerde op 29 september 2023 een auto in Breda en kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat bij controle bleek dat geen parkeerbelasting was voldaan. De heffingsambtenaar vernietigde de naheffingsaanslag echter op bezwaar, omdat belanghebbende wel had betaald maar voor een onjuist zonenummer.
Belanghebbende verzocht om vergoeding van proceskosten, maar dit werd afgewezen door de heffingsambtenaar. De rechtbank beoordeelde het beroep van belanghebbende tegen deze afwijzing en stelde vast dat het verzoek om proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend als sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
De rechtbank oordeelde dat de onjuiste zonekeuze de verantwoordelijkheid van belanghebbende is, aangezien hij een onderzoeksplicht heeft om vooraf te controleren of de parkeeractie in de juiste zone is gestart. De heffingsambtenaar hoeft niet te controleren of de belastingplichtige per abuis in een verkeerde zone heeft betaald. Daarom is geen sprake van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid.
Het beroep is ongegrond verklaard, het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen en belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.