ECLI:NL:RBZWB:2025:3837
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat betalen griffierecht
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere beslissing van de rechtbank van 17 maart 2025, waarin het beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Opposant betoogde dat hij niet tijdig kon betalen omdat hij bij ontvangst van de nota griffierecht nog geen ontvangstbevestiging van zijn beroepschrift had ontvangen, waardoor onduidelijk was op welk beroep de nota betrekking had. Bovendien was in de nota een afwijkende betalingstermijn van twee weken vermeld, terwijl de ontvangstbevestiging pas later werd verzonden en daarin werd meegedeeld dat de zaak versneld werd behandeld met een verkorte betaaltermijn.
De rechtbank oordeelde dat de beslissing tot versnelde behandeling en de verkorte betalingstermijn pas met de ontvangstbevestiging van 24 februari 2025 aan opposant bekend werd gemaakt. De betaling op 7 maart 2025 was binnen twee weken na deze ontvangstbevestiging, waardoor sprake is van een verontschuldiging voor de late betaling.
Daarom was de eerdere niet-ontvankelijkverklaring onterecht en wordt het verzet gegrond verklaard. De rechtbank hervat het onderzoek in de stand van voor de eerdere uitspraak. Het reeds betaalde griffierecht is teruggestort en opposant ontvangt een nieuwe nota met een betalingstermijn van twee weken.
Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak op het verzet.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van griffierecht is vernietigd.