Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de inspecteur op verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De inspecteur had uiterlijk 6 augustus 2024 moeten beslissen, maar deed dit pas op 26 maart 2025 en nam tevens een dwangsombeschikking op 2 april 2025.
De rechtbank oordeelt dat doordat de inspecteur alsnog heeft beslist, het procesbelang bij de beroepen wegens niet tijdig beslissen is komen te vervallen, waardoor deze beroepen niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat de beroepen ook zien op de alsnog genomen beslissingen.
Omdat de bezwaarfase nog niet is doorlopen, verwijst de rechtbank de zaken naar de inspecteur om de beroepen als bezwaarschriften in behandeling te nemen en inhoudelijk te beoordelen. De rechtbank kan in deze procedure geen dwangsom toekennen.
De rechtbank bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van €53 aan belanghebbende moet vergoeden, aangezien terecht beroep is ingesteld wegens het niet tijdig beslissen. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 20 juni 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.