Belanghebbende diende op 22 november 2024 een bezwaarschrift in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar van de gemeente Breda moest binnen zes weken beslissen, uiterlijk 3 januari 2025, maar heeft dit niet gedaan. Nadat belanghebbende de heffingsambtenaar op 14 februari 2025 in gebreke stelde en twee weken verstreken waren zonder besluit, stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De heffingsambtenaar wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €50 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de beslistermijn nog wordt overschreden.
De rechtbank stelt de reeds verschuldigde dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juni 2025 tot volledige betaling. Tevens moet de heffingsambtenaar het griffierecht van €53 en proceskosten van €453,50 aan belanghebbende vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers op 20 juni 2025.