ECLI:NL:RBZWB:2025:3895

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 juni 2025
Publicatiedatum
23 juni 2025
Zaaknummer
BRE 24/2838 t/m 24/2844
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en bijbehorende boetes, kosten en rente. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het griffierecht niet is betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van het beroep.

De gemachtigde van belanghebbende heeft meerdere malen een beroep gedaan op betalingsonmacht, maar heeft geen onderbouwing geleverd die dit kon staven. De griffier heeft dit beroep afgewezen en belanghebbende is herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen gestelde termijnen.

Omdat het griffierecht niet is voldaan en er geen verontschuldiging is, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijven de bestreden besluiten in stand en vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/2838 t/m24/2844

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende. De beroepen zien op naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummers [bsn 1] .Y.13, [bsn 2] .Y.4, [bsn 3] .Y.42, [bsn 4] .Y.5, [bsn 5] .Y.52, [bsn 6] .Y.53, [bsn 7] .Y.54, [bsn 8] .Y.6 en de bij beschikking opgelegde boetes, in rekening gebrachte kosten en rente.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 371,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Betalingsonmacht
4. Bij brief van 23 april 2024 heeft gemachtigde aangegeven dat belanghebbende niet in staat is het griffierecht te voldoen wegens betalingsonmacht. Bij brief van 29 april 2024 is gemachtigde in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Gemachtigde heeft niet de gevraagde gegevens overgelegd. De griffier heeft vervolgens bij bericht van 27 mei 2024 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft gemachtigde bij brief van 11 december 2024 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Bij brief 14 februari 2025 heeft belanghebbende nogmaals een beroep gedaan op betalingsonmacht. Bij brief van 19 februari 2025 is gemachtigde medegedeeld dat als een eerder beroep op betalingsonmacht is afgewezen, er niet nogmaals een beroep op gedaan kan worden. Gemachtigde is in dezelfde brief nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en dat het binnen vier weken moet zijn voldaan. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 20 februari 2025 om 13:30 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
6. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
7. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

8. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.M. Rosta, griffier, op 23 juni 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.