ECLI:NL:RBZWB:2025:3906
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €49.000 per 1 januari 2022. De rechtbank behandelde het beroep op 27 mei 2025, waarbij de heffingsambtenaar niet aanwezig was, maar wel laat stukken indiende.
De rechtbank oordeelde dat de stukken van de heffingsambtenaar te laat waren ingediend, waardoor belanghebbende niet adequaat kon reageren. Daarom werden deze stukken niet meegenomen in de beoordeling. De heffingsambtenaar slaagde niet in zijn bewijslast om de waarde vast te stellen.
Belanghebbende stelde een lagere waarde van €39.000 voor, welke niet werd betwist. De rechtbank stelde de WOZ-waarde daarom op dit bedrag vast en vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar. Tevens werd de aanslag onroerendezaakbelasting aangepast en kreeg belanghebbende vergoeding van griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €39.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.