ECLI:NL:RBZWB:2025:3933
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwactiviteiten zonder spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 juni 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst. De vergunning betreft het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan voor de bouw van twee woningen, maar ziet niet op de bouwwerkzaamheden zelf.
Verzoekers wilden met het verzoek voorkomen dat er gebouwd zou worden, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat er nog geen vergunning voor de bouwactiviteit is verleend of aangevraagd, waardoor er geen onomkeerbare situatie is ontstaan. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang dat vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek dan ook af en bepaalde dat verzoekers geen griffierecht terugkrijgen noch proceskosten vergoed krijgen. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.