AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overlijden verdachte in moordzaak
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 juni 2025 de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het met voorbedachten rade doden van zijn ex-partner door haar met een hamer op het hoofd te slaan.
Tijdens de zitting bracht de officier van justitie naar voren dat verdachte op 22 juni 2025 was overleden in een penitentiaire inrichting. Op grond van artikel 69 WetboekPro van Strafrecht werd daarom gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.
De raadsman van verdachte sloot zich aan bij dit standpunt. De rechtbank stelde vast dat verdachte inderdaad was overleden en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk. Tevens werden de vorderingen van de benadeelde partijen, waaronder de zoon, ouders en zussen van het slachtoffer, afgewezen omdat geen straf of maatregel tegen verdachte kon worden opgelegd.
De rechtbank bepaalde dat de benadeelde partijen en de overleden verdachte ieder hun eigen kosten dragen. Hiermee werd de strafzaak formeel beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de tenlastelegging.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden verdachte; vorderingen benadeelden worden afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-172625-24
vonnis van de meervoudige kamer van 25 juni 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats]
raadsman: mr. R. van 't Land, advocaat te Breda
1.Onderzoek van de zaak
De zaak is behandeld op de zitting van 25 juni 2025, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2.De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn ex-partner [slachtoffer] heeft vermoord door haar met een hamer op haar hoofd te slaan.
3.De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting van 25 juni 2025 naar voren gebracht dat hij op zondag 22 juni 2025 in kennis is gesteld van het overlijden van verdachte. Gelet op artikel 69 vanPro het Wetboek van Strafrecht wordt gerekwireerd tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Standpunt raadsman
De raadsman heeft zich aangesloten bij de niet-ontvankelijkheidsverklaring van het Openbaar Ministerie.
Beslissing rechtbank
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten op 25 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat verdachte in het afgelopen weekend in de penitentiaire inrichting te Krimpen aan den IJssel is overleden. Gelet hierop zal de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie worden uitgesproken en zal enkel worden beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.
4.De benadeelde partijen
Nu aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, zullen de benadeelde partijen [benadeelde 1] (zoon van het slachtoffer), [benadeelde 2] en [benadeelde 3] (ouders van het slachtoffer), [benadeelde 4] en [benadeelde 5] (zussen van het slachtoffer), gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.
5.De beslissing
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte;
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] en [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
- bepaalt dat genoemde benadeelde partijen en de overleden verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. D.L.J. Martens en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 juni 2025.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 22 mei 2024 tot en met 24 mei 2024 te [plaats] , [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door meermalen, althans eenmaal, met een hamer op haar hoofd te slaan;
( art 287 WetboekPro van Strafrecht, art 289 WetboekPro van Strafrecht )