ECLI:NL:RBZWB:2025:3973
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens langdurige detentie zonder uitzonderingsgrond
Eiser ontving sinds december 2022 een ZW-uitkering en zat van februari tot oktober 2024 in voorlopige hechtenis. Het UWV beëindigde de uitkering per 5 maart 2024 omdat eiser langer dan een maand gedetineerd was, conform artikel 19b ZW. Eiser voerde aan dat zijn detentie een noodzakelijke maatregel was en verzocht om een belangenafweging, mede vanwege zijn financiële lasten en eerdere voortzetting van de uitkering door het UWV.
De rechtbank oordeelde dat artikel 19b ZW een dwingende uitsluitingsgrond bevat die geen ruimte laat voor belangenafweging of toepassing van het evenredigheidsbeginsel. De detentie viel onder de wettelijke uitsluiting en bijzondere omstandigheden die strikte toepassing zouden kunnen doorbreken, waren niet aanwezig. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat een eerdere fout van het UWV geen recht geeft op voortzetting.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de beëindiging van de ZW-uitkering per 5 maart 2024 in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de ZW-uitkering wegens langdurige detentie wordt ongegrond verklaard.