Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
- [getuige] is op enig moment ten onrechte als verdachte aangemerkt, met als gevolg dat hij bij zijn verhoor door de rechter-commissaris een beroep op zijn verschoningsrecht kon doen en de verdediging haar ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen;
- het Openbaar Ministerie heeft de belastende verklaring van [getuige] aantoonbaar niet kritisch onderzocht;
- deze zaak maakt deel uit van een groter onderzoek dat al loopt vanaf 2020. De stukken over dit onderzoek zijn door het Openbaar Ministerie achtergehouden en daarmee is een onjuiste voorstelling van zaken gegeven.
4.De beoordeling van het bewijs
in de periode van01 juni 2023 tot en met 10 augustus 2023 te Breda,
in de periode van01 juni 2023 tot en met
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
De rechtbank stelt vast dat de voorlopige hechtenis is geschorst voor onbepaalde tijd. Daaraan lag een beoordeling ten grondslag waarbij de rechtbank de belangen van de samenleving en van verdachte heeft afgewogen en waarbij de belangen van verdachte op dat moment dienden te prevaleren. De rechtbank heeft kennis genomen van de persoonlijke belangen en die bij de beoordeling betrokken. Ten aanzien van het belang van de samenleving overweegt de rechtbank dat zij verdachte schuldig acht aan ernstige strafbare feiten en dat aan hem een forse gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Dit vonnis is echter nog niet onherroepelijk nu de mogelijkheid van hoger beroep nog openstaat. Gelet hierop en gezien het feit dat verdachte zich tijdens zijn schorsing aan de voorwaarden heeft gehouden, ziet de rechtbank geen aanleiding om de schorsing op te heffen.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;