Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2018, waarbij een belastbaar inkomen van €54.688 werd vastgesteld en €165 aan belastingrente werd opgelegd.
De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde dat een afspraak tussen zijn gemachtigde en de inspecteur voor predikanten en aanverwante beroepsgroepen ook op hem van toepassing zou zijn, en dat anders sprake zou zijn van rechtsongelijkheid, discriminatie en willekeur.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende concrete informatie had overgelegd om deze afspraak aannemelijk te maken en dat hij daarmee niet voldeed aan de bewijslast. De aanslag werd daarom als niet te hoog beoordeeld en het beroep werd ongegrond verklaard.
Belanghebbende werd het griffierecht niet teruggegeven en kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter L.D.M.A. Reijs op 26 juni 2025.