ECLI:NL:RBZWB:2025:4003
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen teruggaafbeschikking bpm
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een teruggaafbeschikking bpm van de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 27 augustus 2024 en eindigde op 7 oktober 2024. Het beroepschrift werd echter pas op 10 oktober 2024 ontvangen, binnen een week na afloop van de termijn, maar de poststempel op de enveloppe dateerde van 9 oktober 2024, wat na de termijn is. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het beroepschrift eerder dan de uiterste datum was gepost.
De rechtbank oordeelt dat het te laat indienen van het beroepschrift niet verontschuldigbaar is omdat belanghebbende geen geldige redenen voor het verzuim heeft gegeven. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit ongewijzigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.