ECLI:NL:RBZWB:2025:4085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering compensatie voor afgeloste schuld op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de minister van Financiën om compensatie te verlenen voor een door haar afgeloste schuld van €2.500 aan Pvu. De rechtbank oordeelt dat de schuld ten tijde van de aanvraag en voorafgaand aan de ontvangst van de compensatie van €30.000 reeds was voldaan, waardoor zij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4.3 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Eiseres voerde aan dat het onderscheid tussen voldane en niet voldane schulden in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat artikel 4.1, tweede lid, onder c, buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank stelt echter vast dat het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro het toetsen van wettelijke bepalingen aan algemene rechtsbeginselen verhindert, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die niet door de wetgever zijn meegewogen.
De rechtbank concludeert dat de wetgever bewust heeft gekozen alleen compensatie te verlenen voor afgeloste schulden die na ontvangst van een herstelbedrag zijn betaald, om het doel van een nieuwe start te waarborgen. Omdat eiseres niet voldoet aan deze voorwaarde en er geen bijzondere omstandigheden zijn, wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van compensatie voor een afgeloste schuld wordt ongegrond verklaard.