Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te ’s-Heer Arendskerke op 20 juli 2023. Betrokkene stelde dat hij deze gedraging niet had verricht en voerde aan dat de agent onmogelijk kon zien of hij een mobiel apparaat vasthield vanwege het verschil in hoogte tussen zijn bus en een personenauto. Tevens gaf betrokkene aan meerdere keren een sigaret te hebben opgestoken en met wisselende snelheid te hebben gereden vanwege drukte en invoegend verkeer.
Tijdens de zitting voegde betrokkene toe dat hij door de verbalisant was opgebeld terwijl hij reed, waarbij hij had voorgesteld te stoppen bij een tankstation om te bewijzen dat hij niet had gebeld. Dit voorstel werd door de verbalisant verworpen. De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de gedraging heeft verricht. De mogelijkheid voor de verbalisant om betrokkene staande te houden was aanwezig, maar niet benut. Het verweer van betrokkene werd deels ondersteund door het proces-verbaal van de verbalisant.
De boete is daarom ten onrechte opgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van € 389,- aan betrokkene. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.