Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 4 km per uur te hard rijden buiten de bebouwde kom op de N59 Rijksweg te Oosterland op 9 oktober 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 14 mei 2025 verscheen de officier van justitie, betrokkene was afwezig. Betrokkene voerde aan dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en overlegde een huurcontract en ID-bewijs van de huurder. De kantonrechter stelde de zekerheidstelling op nihil omdat betrokkene deze niet had betaald maar het voordeel van de twijfel kreeg.
De kantonrechter oordeelde dat de overtreding wel had plaatsgevonden, maar dat betrokkene als kentekenhouder ontheffing van aansprakelijkheid kon krijgen op grond van artikel 8 Wahv Pro vanwege verhuur van het voertuig. Daarom werd de boete ten onrechte aan betrokkene opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie vernietigd en betaalde zekerheid terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd wegens verhuur van het voertuig.