Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de Ryksweg A58 te Rucphen op 19 juli 2022. Betrokkene stelde dat hij slechts kortstondig op de linker rijbaan reed omdat een politievoertuig voor hem langzamer reed en via de invoegstrook de snelweg opreed. Een verklaring van de moeder van betrokkene, die op dat moment in de auto zat, werd overgelegd.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond en verzocht matiging van de boete wegens niet horen van betrokkene en overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde echter dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de omstandigheden waaronder de boete werd opgelegd en dat de getuigenverklaring aanleiding gaf te twijfelen aan de constatering van de verbalisant.
Daarom werd de boete ten onrechte opgelegd, verklaarde de kantonrechter het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €229. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd met terugbetaling van het betaalde bedrag.