ECLI:NL:RBZWB:2025:418
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
Betrokkene is veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 736 hennepplanten op 18 oktober 2022. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter waarde van €1.027.914,94, maar betrokkene heeft geen ontzenuwende verklaring gegeven.
De verdediging stelde niet-ontvankelijkheid van de vordering wegens bepleite integrale vrijspraak, maar de rechtbank verwierp dit omdat betrokkene niet integraal is vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de oogst op 18 oktober 2022 nog niet voltooid was en dat er geen bewijs is dat betrokkene voordeel heeft genoten van eerdere oogsten.
Daarom acht de rechtbank het niet aannemelijk dat betrokkene enig wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het bewezenverklaarde feit of soortgelijke feiten. De vordering tot ontneming wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van voordeel.