ECLI:NL:RBZWB:2025:4191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst beroep toe wegens onterecht afgewezen kostenvergoeding in bezwaarprocedure
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen de beslissing van de heffingsambtenaar om geen kostenvergoeding toe te kennen in de bezwaarprocedure tegen een naheffingsaanslag. De rechtbank verwees naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het beroep tijdig was ingediend.
De heffingsambtenaar diende geen verweerschrift in en leverde ook niet de op de zaak betrekking hebbende stukken aan. Hierdoor kon de rechtbank de juistheid van de gronden van belanghebbende niet beoordelen en besloot dat dit risico voor rekening van de heffingsambtenaar komt. Omdat de heffingsambtenaar de standpunten van belanghebbende niet had weersproken, ging de rechtbank uit van de juistheid daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de kostenvergoeding ten onrechte was afgewezen en kende alsnog een vergoeding toe voor de kosten in bezwaar en beroepsfase, inclusief het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 2 juli 2025 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van kostenvergoeding en griffierecht.