ECLI:NL:RBZWB:2025:4196
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting en bevoegdheid heffingsambtenaar bevestigd
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Waalwijk. De heffingsambtenaar verklaarde het eerste bezwaar ongegrond en het tweede bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank behandelde het beroep op 25 februari 2025, waarbij belanghebbende niet verscheen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar bevoegd was om namens de gemeente uitspraak op bezwaar te doen, gezien het mandaat aan de directeur van een betrokken BV. De naheffingsaanslag was terecht opgelegd omdat belanghebbende haar auto parkeerde op een plek waar parkeerbelasting verschuldigd was en zij niet binnen redelijke tijd betaalde.
Het zorgvuldigheidsbeginsel werd niet geschonden omdat het niet verplicht is verklaringen van de bestuurder in het besluit op te nemen en er geen aanleiding was voor een aanvullend proces-verbaal. De locatie was voldoende gespecificeerd en er was geen strijd met het legaliteitsbeginsel. De kosten van de naheffingsaanslag waren aannemelijk en lager dan het maximale bedrag volgens de verordening.
De rechtbank vond geen schending van het evenredigheidsbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de heffingsambtenaar is bevoegd verklaard.